Kurt Vandemaele

"(On)mensen, onstituten en onstellingen denken niet aan de kleine mens"

Kurt keek op de Week

Onze reporter over wat hij van de voorbije week zou willen onthouden

Op Boektopia, de jaarlijkse boekenbeurs in de Kortrijkse Xpo, had de plaatselijke Schouwburg vorig jaar een standje. Ik bekende er dat ik vrijwel nooit meer naar het theater ga, tenzij hooguit om eens een komiek aan het werk te zien. Comedy is als fitness voor mijn stramme lachspieren. Ik heb er niet altijd zin in, maar je moet ze blijven bewegen, of als je onverwachts eens gaat bulderen, scheur je je mond.

Er is een tijd geweest dat ik me wel vaker aan toneel waagde. Maar iets in mijn geheugen is het theater vooral blijven associëren met stoffig pluche, gepreek, maar ook flauwe lolbroekerij, of met slechte experimenten waarin mensen al te vaak de drang voelden om hun kleren af te werpen voor ze een woord gezegd hadden. Dat laatste heeft met het tijdperk te maken waarin ik me aan theater blootstelde. Vaak zaten de naakte spelers dan nog in lijven die je beter bedekt hield. Soms denk ik dat ik gewoon te veel films gezien heb om nog van theater te kunnen houden. In de bioscoop wordt veel van het denkwerk in je plaats verricht. De montage flitst je van het ene imposante decor naar de andere betoverende locatie en er wordt op het juiste moment ingezoomd op de traan die wegrolt op de tonen van muziek die je naar adem laat snakken. En als dat nog niet volstaat, draait de monteur nog wel aan een knopje of zet een effect op de beelden. Hoewel, in ‘A complete Unknown’ volstaat dat allemaal niet. Timothy Chalamet kan dan wel heel verdienstelijk de nasale gezangen van Bob Dylan imiteren, het verhaal van de film is zo flinterdun en het personage van Dylan overstijgt nauwelijks dat van een eikel, waardoor er aan het eind niet veel meer overblijft dan een reeks clips met een tweedehands Dylan in beeld. Wat niet wegneemt dat ik een verwoede filmfan blijf.

Maar theater…? “Mijn hoofd wil niet mee,” zei ik tegen Mijke Harmsen, de programmator van de Schouwburg, terwijl ze alle moeite van de wereld deed om me te bekeren. Terecht, want met passie krijg je alles verkocht. Als de vos de passie preekt, boer let op je kippen, luidt niet toevallig het spreekwoord. Waarmee ik niet bedoel dat Mijke haar passie veinsde. Wel integendeel, als je zelfs de passie van de vos gelooft, hoe zou je dan aan de passie van Harmsen kunnen weerstaan? Hoe kan je überhaupt aan passie weerstaan? Laat een technieker met passie spreken over moeren en bouten, een boekhouder over cijfers of een Moslim over Allah, als hun hart vervuld is van datgene wat ze met mij willen delen, dan leen ik hen graag een oor. Mijke was danig overtuigend toen ze me een stuk aanprees dat me helemaal zou inpakken. En prompt reserveerde ik een ticket voor ‘Vitrine’, een stuk waarmee vier talentvolle spelers zich in de etalage zetten.

Toen mijn agenda me er vorige week aan herinnerde dat ik op 16 februari in ‘Tiny Stories’ verwacht werd, moest ik twee keer nadenken. Was ‘Tiny Stories’ geen boekhandel? En was dat geen kinderboekenwinkeltje? Wat zou ik, vader van drie volwassen kinderen die niet van zin lijken zich voort te planten, daar gaan zoeken? In een stad die met Theoria over ’s lands mooiste boekhandel beschikt. Maar het bleek wel degelijk daar te zullen gebeuren. Ik werd er verwacht voor een toneelvoorstelling die door de Kortrijkse Schouwburg werd georganiseerd. Het stedelijke theatergebouw staat al maanden in de steigers en de meeste voorstellingen vinden in diverse ontmoetingscentra plaats. Maar een klein boekenwinkeltje? Het zou toch geen kindervoorstelling zijn? Voor kleine mensjes? Want hoeveel toeschouwers konden er binnen in dat kleine winkeltje? Tien, twaalf? Ik zou niet eens kunnen wegvluchten als het stuk me niet aanstond.

Buiten liet de zon zich zien in een glorie die we van haar niet meer kenden. En mijn vrouw moedigde me ook al niet echt aan: ‘Met dat weer zal daar geen kat zijn, iedereen gaat wandelen in zo’n weer.’ Ze had gelijk en ik gaf toe. ‘Oké, dan gaan we wandelen.’ Maar ze bedoelde: iedereen gaat wandelen, behalve wij. Mijn geluk.

De ketens zijn de monsters die ons geld en onze ziel opvreten

Het knusse winkeltje was iets groter dan ik me had ingebeeld en het was volgestouwd met stoelen, banken en kussens. Kortom, een variëteit van zitgerief voor de achterwerken van naar schatting een 80-tal toeschouwers. Zo knus zaten we op elkaar gepakt dat er meteen gesprekken van kwamen. En tot mijn verbazing stonden er ook boeken voor volwassenen in de rekken. Een kleine selectie, maar wel de juiste boeken. Enerzijds de titels die je niet wil missen als je echt van literatuur houdt, maar ook titels die je niet in de doorsnee boekhandel vindt: een ietwat gedurfder segment Engelstalige literatuur, een even Engelstalig Aziatisch aanbod en ook schrijfsels van auteurs wiens stem te weinig gehoord wordt, mensen die buiten de gebaande paden durven te denken. In de non-fictierekken eveneens veeleer eigenzinnig en soms wat tegendraads werk dat je even laat stilstaan bij waar het met onze wereld naartoe gaat.

Daar heb je natuurlijk geen boeken voor nodig. Velen onder ons vragen zich dat af. Maar in boeken vind je inspiratie, houvast, troost en gedachten die door pientere geesten helemaal afgetast zijn voor ze aan de lezer worden opgediend. Of je kan gewoon even verdwijnen in een andere realiteit. Willen we dat niet allemaal een beetje, als je ziet wat de realiteit ons tegenwoordig serveert?

‘Vitrine’ had een boek kunnen zijn. En is dat ook. Want na de voorstelling kun je het boekje kopen met de prachtige tekst van het stuk. ‘Een romantische komedie voor de boekhandel’, zo luidt de ondertitel. Daarom spelen ze het in een boekhandel. Zo hoeven ze geen decor mee te slepen. En het is eens iets anders, een toneelstuk in een boekenwinkel. Ik heb ervan genoten. Volgende keer ga ik eten in een wassalon en zwemmen in de kerk. Of nee, vloeken. Waarom niet? Alles kan. Een van de verhaallijnen van ‘Vitrine’ gaat over die kleine, ouderwetse en authentieke zaak die krijgt af te rekenen met de concurrentie van de grote ketens voor wie het eigenlijk niet uitmaakt of ze lucht, kippen of boeken verkopen. De ketens zijn de monsters die ons geld en onze ziel opvreten.

‘Vitrine’ zet nieuw talent in de etalage. Het is geschreven door Ellis Meeusen samen met Steven Beersmans. Zij zijn tevens twee van de vier geweldige spelers uit ‘Vitrine’. Net zoals de andere twee, Idalie Samad en Tania Van der Sanden, staan ze op een krat in de winkel, wanneer het stuk begint. Het is die laatste die het publiek verwelkomt met de woorden: ‘Welkom op de lezing van ‘Vitrine’.’ Jawel, Tania spreekt niet toevallig van een lezing. Aanvankelijk leest ze dan ook, net als haar tegenspelers, haar tekst van het papier af. Terwijl duidelijk is dat het ook best zonder papier zou lukken. Maar gaandeweg gebeurt er iets vreemds in het verhaal. En merk je dat je zit te kijken naar een stuk dat geschreven wordt terwijl je erop toeziet. Het klinkt misschien wat vreemd, maar zo is het wel. En dat maakt het verhaal zo intrigerend. Het had van Charlie Kaufman kunnen zijn. Ik moest aan enkele films denken waarvoor hij het scenario heeft geschreven: ‘Being John Malkovich’, ‘Adaptation’ en ‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind’, verhalen die vaak een loopje nemen met de realiteit, of die een absurde realiteit neerzetten waar je als kijker met plezier in meegaat. Ellis Meeusen en co spelen een gelijkaardig spel, zij het op een heel andere manier.

Iedere keuze die tot menselijkheid leidt is voor hem een goeie keuze

Ik ging er alleszins gemakkelijker in mee dan in de angstaanjagende en ook wel heel absurde realiteiten die tegenwoordig de nieuwsuitzendingen vullen. Ik mocht deze week ook met Ihor Vitenko praten, de Oekraïense dokter die al vele jaren in een Gents ziekenhuis werkt en die, sinds de Russen zijn land binnenvielen, van hieruit constant konvooien organiseert om medisch materiaal naar ginder te brengen. Hij helpt er met operaties van gewonde soldaten en reorganiseert de aanpak van de wondverzorging in de Oekraïense ziekenhuizen, waardoor al heel veel amputaties zijn voorkomen.

Zijn eigen leven is intussen zo overhoopgegooid dat het ongetwijfeld een beetje als geamputeerd moet aanvoelen. Maar Vitenko blijft gaan. Omdat er geen andere keuze is. Hoe moe de man ook is, hij spreekt met zo’n passie dat hij mensen hier warm blijft maken om zich in te zetten voor de mensen daar. “Het zijn gewone mensen zoals jij en ik,” zegt hij. En hij vertelt hoe zijn vroegere landgenoten van de ene op de andere dag in een wereld moesten leren leven waar elk moment veel meer dan hier hun laatste kan zijn. Waar gigantische raketten over je hoofd scheren en klinken alsof een tientonner je niet op het linkervak inhaalt, maar in een vak dat er geen is. Zijn persoonlijke missie groeide intussen uit tot een ware organisatie met vertakkingen over heel België. “Onze medewerkers zijn voor 95 % Belgen en voor 5 % Oekraïners,” zegt hij. Zelf zit hij bij momenten op zijn tandvlees en geeft hij toe niet bijster optimistisch te zijn, zeker na wat de geschifte president van Amerika deze week allemaal durfde uit zijn botten te slaan. “Maar we hebben allemaal de keuze. We moeten blijven proberen. Blijven praten met politici om het leven leefbaar te houden.” Iedere keuze die tot menselijkheid leidt, is voor hem een goeie keuze. Je kan altijd iets doen, zegt hij. Zelfs in je eentje met een bord voor de Amerikaanse ambassade postvatten om te laten blijken dat men daar de verkeerde keuzes maakt, vindt hij een goeie keuze. Waarom niet? We zijn de kleine boekenwinkeltjes die tegen de grote ketens vechten. En we mogen niet plooien.

We zullen de krachten moeten bundelen om te vechten tegen de monsters

Natuurlijk, de ene beschikt al over zwaardere middelen dan de andere om actie te voeren. Hoe een kleine vakbond bij de NMBS gisteren nog waanzinnig veel mensen gijzelde en dat ook morgen en heel de komende week zal blijven doen, is dan weer een minder goeie keuze en niet zo’n fijne actie. Je zal maar het examen missen door die ondoordachte actie. Zelfs wanneer er geen sprake is van stakingen of vakbondsacties mist de pendelaar minstens één keer per week een deel van zijn dag omdat de treinen niet bollen of omdat men er nog altijd niet in slaagt om te beletten dat er op de sporen gewandeld wordt. Neen, dat zijn geen wandelpaden! En dan gaat men diezelfde reiziger, wiens geduld men dagelijks op de proef stelt, nog eens straffen. Terwijl men al lang bij die reiziger in het krijt staat, want die krijgt zelden het vervoer waarvoor hij betaalt. Je dwingt geen solidariteit af door er zelf geen te tonen. Gisteren hoorde ik mensen die hun bejaarde moeder niet konden bezoeken omdat de trein bleef stilstaan. Kinderen ook die het bezoek ontzegd werden aan de vader die ze na zijn echtscheiding slechts één keer om de twee weken zien.

Dat de spoorwegen beter materiaal verdienen en meer personeel om de reiziger betere dienstverlening aan te bieden, daarvoor wil ik graag een petitie ondertekenen. En als er een trein is die me er op tijd kan brengen, wil ik deelnemen aan de protestmars die de petitie vervolgens aan de minister gaat overhandigen. Ik gun het spoorwegpersoneel een betere werkplek. Een plek waar ze misschien weer liever gaan werken. En hopelijk wat langer. Zoals ook de mensen in zowat alle andere branches moeten doen. Mensen die niemand kunnen gijzelen. (On)mensen, onstituten en onstellingen die teveel macht hebben denken niet aan de kleine mens. Ze zetten je het mes op de keel of planten het gewoon in je buik en ze maken de wereld weer wat minder leefbaar.  

We moeten beseffen dat we in deze tijden allemaal kleintjes zijn en dat we onze krachten zullen moeten bundelen om ons te verzetten tegen de monsters.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier